Tijdens de opening van ons museum mochten we dit chocolade blikje ontvangen. De schenker was als Nederlandse soldaat in krijgsgevangenschap afgevoerd naar Aschersleben (samen met 200 andere Nederlanders) en hij heeft daar in de Junker fabrieken moeten werken. Toen de Russen in aantocht waren hebben zij de fabrieken moeten verlaten en moesten zij eerst nog 70 kilometer lopen voordat zij op 17 mei 1945 werden bevrijd. Hij heeft dit blikje bij zijn bevrijding van een Duitse soldaat afgenomen.
Ook vertelde hij mij dat er ook joodse mannen en vrouwen in de fabriek werkten, zij moesten echter in het midden van de fabriek slapen, tussen het rumoer van de machines. Bij de tocht van 70 kilometer moesten de joodse mensen achteraan lopen.Pas later begreep hij dat de pistool en geweerschoten die hij zo nu en dan hoorde waren bedoeld voor de joden die op een gegeven moment niet meer verder konden lopen. De afvallers werden direct doodgeschoten, wat later bekend zou worden als de Dodenmarsen